Menu Sluiten

Hoe ontstaan woedeaanvallen?

menselijke breinHoe ontstaan woedeaanvallen? Om dat uit te leggen, moeten we wat meer uitleg geven over de werking van het brein en de evolutie ervan:

  1. Het eerste brein waarover we beschikten als mens, was het reptielenbrein. Het is ons “oudste brein” en zorgt voor primaire levensbehoeften zoals hartslag, ademhaling en eetlust. Het monitort ook onze veiligheid met vecht- en vluchtreacties. Het reptielenbrein wordt meestal bekeken als ons “onderbewustzijn”.
  2. Het tweede brein die we meekregen in onze evolutie als mens, was het zoogdierenbrein. Een synoniem voor zoogdierenbrein is Limbisch systeem. Dat zorgt voor onze herinneringen, het samenleven in groep en analoge communicatie zoals lichaamstaal.
  3. Ons derde en laatst ontwikkelde brein is de neocortex of het mensenbrein. Dit type brein is immers het meest ontwikkeld bij mensen. Het is vooral verantwoordelijk voor het bewust verwerken van informatie. Zo stelt het ons in staat om rationeel te redeneren en te analyseren. Ook gevoelsmatig denken wordt van hieruit gevoed.

Ontstaan woedeaanvallen

Woedeaanvallen ontstaan wanneer bepaalde “triggers” geactiveerd worden: wanneer dat precies gebeurt, valt moeilijk te voorspellen.  Deze triggers zijn gelieerd aan ervaringen en trauma’s uit het verleden, die je lichaam op dat moment als gevaar bestempelde. Door het stresshormoon cortisol worden deze ervaringen en trauma’s defragmentair opgeslagen. Dat wil zeggen dat ze niet als geheel, maar in stukjes en beetjes opgeslagen worden in je reptielengeheugen. Het kan zijn dat het om een trauma gaat waar je zelf van op de hoogte bent (bv. seksueel misbruik of verkrachting), maar het kan ook zijn dat je het helemaal niet weet.

Wat gebeurt nu bij een woedeaanval:

  1. Je ervaart een trigger die geassocieerd word met een (stuk van) een slechte ervaring of trauma uit je verleden.
  2.  Die trigger zorgt ervoor dat je reptielenbrein een impuls krijgt en alarm slaat.
  3. De impuls die je reptielenbrein krijgt, wordt verwerkt in het “alarmcentrum” van ons lichaam. Dat bevindt zich in het zoogdierenbrein en wordt de amygdala genoemd. Luc Swinnen noemt dit het “kraaiennest van een schip” (lees hier). Dat alarmcentrum slaat groot alarm en neemt de controle over van je hersenen en dus lichaam.
  4. Je lichaam gaat in verdedigings- en vechtmodus door de massale productie van het stresshormoon cortisol. Wanneer je lichaam in fase van alarm is, is het 100% gefocust op het bestrijden van het gevaar. Dat gebeurt vanuit het reptielenbrein (zie hierboven) en wordt gestuurd vanuit ons onderbewustzijn. Vandaar ook dat we woede gedefinieerd hebben als een dwingende emotie.
  5. Onze andere breinen worden “uitgeschakeld”. Dat maakt dat we niet meer helder kunnen nadenken, geen nuances meer zien, niet meer rationeel of gevoelsmatig kunnen analyseren… en onze woede onverbloemd op “het gevaar” loslaten. Het mensenbrein dat ons zou kunnen afremmen, wordt dus aan de kant geschoven door de amygdala om ons instinctief voor het gevaar te behoeden. De woedeaanval is een feit.

ontstaan woedeaanvallen

Problematisch is dat je de perceptie hebt van gevaar doordat een stuk van de slechte ervaring of het trauma als trigger binnen krijgt. Ten tweede zie je de persoon tegen wie je je aanval richt als een tegenstander zonder nuance. De goede bedoelingen die erachter zitten worden “vergeten” doordat je enkel nog met je reptielenbrein werkt. Met je woedeaanval leg je bovendien verkeerdelijk het probleem bij je tegenstander – doorgaans iemand uit je familie of vriendenkring die je écht wel graag hebt – terwijl jij in wezen slecht reageert op ervaringen uit je verleden. Tot slot: wanneer je telkens in woede uitbarst bij het krijgen van deze triggers, wordt het een gewoonte. Je traint je lichaam om zo te reageren op de triggers.

De oplossing voor woedeaanvallen is bovenstaande mechanismes te herkennen, erop te werken en gewoontes te doorbreken.

Een voorbeeld

Een prestatiegerichte moeder heeft het beste voor met haar zoon en wil dat hij het ver brengt in het leven. Ze stimuleert enorm zijn studeren en is streng bij slechte resultaten. De vader doet er bij discussies een schepje bovenop, heeft bovendien een kort lontje en kan koleriek uit de hoek komen. Wanneer het kind goede resultaten behaalt, wordt het alom geprezen en op een piëdestal gezet. Het kind ontwikkelt zo een enorme drang naar appreciatie en complimenten van de ouders. 

Effect op latere leeftijd: in zijn relatie met zijn partner en zijn kinderen hengelt de volwassene intussen nog steeds naar complimentjes en appreciatie. Als hij een “goede daad” verricht heeft, verwacht hij daar positieve feedback over. De partner is echter minder (overdreven) bevestigend dan de moeder en soms gezond kritisch. Dat veroorzaakt af en toe woedeaanvallen bij de zoon: hij stelt zijn “goede daad”, verwacht complimenten, maar kan niet om met de goedbedoelde kritiek van zijn partner. Hij barst in woede uit, omdat hij voor zijn partner niets goed kan doen en hij een totaal gebrek aan appreciatie percipieert.